TRAINING

Auteur Arno Roos

Als het seizoen er weer aan staat te komen zullen de trainingen weer beginnen. Daarom heb ik een samenvatting gemaakt van de trainingsadviezen die Drs. Frost aangeeft in zijn boeken over de training van sledehonden.

Doel

Het doel van de training van een sledehondenteam is een team van goed gespierde, goed gemotiveerde honden te krijgen met een uitstekende conditie. Maar ook de stofwisseling van de spieren moet zich aanpassen aan de gevraagde langdurige inspanningen.
Reeds eerder hebben we het gehad over het effect van voeding op de stofwisseling van de honden. Maar ook de manier van trainen draagt bij aan een optimale verbrandingscapaciteit van de spieren.
In de ideale situatie kan men gebruik maken van een gemotoriseerde wagen (quad) bij het trainen, maar de hoge kosten van zo’n apparaat maken dat slechts voor enkelen onder ons mogelijk. Maar ook met een niet-gemotoriseerde wagen is een goed trainingsschema op te stellen.

De eerste trainingen moeten met een niet te hoog tempo plaatsvinden. De afstand moet langzaam opgebouwd worden, zodat de honden niet geblesseerd raken, omdat ze nog onvoldoende spieren hebben opgebouwd om op hoge snelheden te lopen of een zware last te trekken. De meeste honden hebben immers een rustperiode gedurende de zomer gehad. Als de training begint, zijn de spieren nog zacht en op stofwisselingsniveau nog niet aangepast om lange stukken te lopen. Echter de honden zijn vaak enorm enthousiast en willen liefst zo hard mogelijk lopen, het is de taak van de musher dit enthousiasme te temperen en te voorkomen dat de honden zich blesseren.

De eerste trainingsronden zouden 3 tot 5 km moeten zijn en de snelheid niet boven de 20 km/uur (max. 25 km), in het begin met verscheidene stops. In dat begin zou er twee maal per week getraind moeten worden, wat vlot opgevoerd kan worden naar drie maal per week. De honden zouden na 4 - 6 weken 3 tot 4 maal per week moeten trainen. Sprintteams hoeven zelden vaker te trainen, langeafstandsteams kunnen soms 4 tot 5 dagen achter elkaar trainen, gevolgd door enige dagen rust. Sprintteams kunnen de afstand na de eerste twee weken trainen gaan verlengen met één tot maximaal twee maal per week, afhankelijk van de afstand die ze op wedstrijden lopen. Langeafstandsteams kunnen sneller verder gaan lopen.

Gezag

Belangrijk gedurende de vroege trainingen is het bevestigen van het gezag van de musher: begin met korte eenvoudige commando’s. Later moet er ook op snelheidswisselingen (groot voordeel van een quad is, het kunnen ondersteunen van het tempo d.m.v. remmen of gas geven) en stoppen getraind worden. Trainen in kleinere teams heeft voordelen: het is gemakkelijker te zien hoe iedere individuele hond zich ontwikkelt, makkelijker om fouten te corrigeren (bij grote teams zul je niet zo snel stoppen om een kleinigheid te corrigeren). Honden ontwikkelen zich niet allemaal even snel, dus als een hond wat minder snel progressie maakt, is het beter om hem in een minder snel team op te trainen, zodat hij wel mee kan/moet werken. Als hij dan het niveau van de rest van het team heeft, kan hij weer teruggeplaatst worden in zij eigen team.

Nogmaals in de eerste periode moeten de commando’s simpel zijn; de hond moet zich volledig kunnen concentreren op het rennen. Als het gemakkelijker gaat, kunnen de commando’s moeilijker worden en de correcties strenger.

Rust

Het belang van rust wordt vaak onderschat in een trainingsschema. In het algemeen, maar vooral in de vroege trainingsperiode, is voldoende rust essentieel. De honden hebben tijd nodig om te herstellen van kleine spierbeschadigingen, die tijdens trainingen optreden (vooral in het begin als de spieren nog slecht getraind zijn). Het lichaam heeft tijd nodig om (spier)weefsel te bouwen en te herbouwen na (grote) inspanningen. Het aantal rustdagen is net zo belangrijk als het aantal trainingsdagen. Honden die vermoeidheid op vermoeidheid stapelen, zijn gevoeliger voor blessures, hebben meer kans op gedragsproblemen en kunnen minder enthousiast om te trainen worden.

Oudere honden hebben meestal minder lichamelijke training, maar meer mentale rust nodig dan jonge honden om optimale prestatie te leveren. Daar tegenover staat, dat eenjarige honden om een optimale prestatie te leveren meer lichamelijke training nodig hebben om sneller lichamelijk en geestelijk te herstellen van zware trainingen. Maar omdat ze nog geen ervaring hebben, is het mogelijk deze honden ongemerkt te overtrainen tot er plotseling problemen ontstaan.

Overtrainde (en overstresste) jonge honden hebben meer kans om ziek te worden en ontwikkelen sneller sport(=stress)bloedarmoede gedurende het seizoen.

Variatie

Zelfs als honden volledig gezond en goed uitgerust zijn, kunnen ze nog gedrags- (houding met trainen) problemen ontwikkelen. Vaak is dit het gevolg van verveling. De training moet daarom gevarieerd zijn, want ook honden worden het zat om elke keer hetzelfde rondje te moeten lopen.

Voetproblemen

De frequentie van trainen kan gedeeltelijk bepaald worden door de conditie van de poten. Een harde ondergrond in combinatie met een frequente training kan leiden tot versleten voetkussens en nagels dusdanig laten afslijten, dat trainen zelfs contra productief wordt.

Werken als een team

De vroege trainingen zijn bij uitstek geschikt om de honden te leren als team te functioneren. Van nature willen sledehonden wel trekken, maar (vooral jonge honden) ze moeten nog leren te werken.

Dit is bijvoorbeeld te oefenen door tijdens de training verschillende keren te stoppen, zodat ze steeds (zonder hulp van de musher) de wagen weer in beweging moeten krijgen. Op deze manier zullen ze merken dat dit makkelijker gaat indien ze allemaal tegelijk trekken in plaats van ieder voor zich. Ook bij het een heuvel opgaan is een goede samenwerking noodzakelijk; dus neem als het mogelijk is ook een heuvelachtig gebied in de training op. Let wel op dat je de honden niet overvraagt en als je merkt dat iets niet gaat lukken, geef dan het commando STOP om te voorkomen dat de honden uit zichzelf stoppen.

Snelheid

De eerste trainingen zijn niet het moment om op snelheid te trainen. Snelheid komt pas als alles verder in orde is. De spieren moeten sterk zijn, de stofwisseling zijn aangepast en de conditie aanwezig zijn. Als er in het begin te veel nadruk op snelheid ligt, in plaats van op het werken (kracht, samenwerking en conditie), zal het team niet goed geconditioneerd (=aangepast qua conditie en metabolisme) worden en niet optimaal kunnen presteren onder niet ideale omstandigheden.

Commando’s voor meer of minder snelheid kunnen perfect geleerd worden met een gemotoriseerde wagen. Let bij het gas geven wel goed op maximale snelheid i.v.m. mogelijke blessures, vooral bij jonge honden die vaak zeer enthousiast zijn, maar nog niet de spieren hebben om enorme snelheden te verwerken. Als men de honden te snel laat lopen is de kans op schouder- en rugblessures groot. Echter ook met een niet- gemotoriseerde wagen is goed op snelheidswisselingen te trainen door middel van het gebruik van remmen, gewicht of bijvoorbeeld meesteppen of rennen.

Ik besef dat ik jullie niet iets compleet nieuws heb verteld, maar hoop dat er iets tussen staat, waar je mee uit de voeten kunt. Veel succes met trainen!
Sponsored by :